Home Gastenboek Gallery Agenda Houtsnijwerk Contact
Linken Technieken Demonstraties Krantenknipsels Houtdraailessen Beeld-houtwerk

 

Techniek

Ballen draaien Een uur draaien Hoeden draaien Kuipen
Diep uithollen Torsen Houten glaasje draaien Schaal draaien

 

Torsen

                                                   

                                                    Dichte tors

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Open tors

Klik op de foto om te vergroten

 

Neem een vierkant stuk hout van b.v. grenehout of een houtsoort dat gemakkelijk bewerkt, zwaar 52x52 mm. lengte 270 mm, draai dit 50 mm. rond, alvorens op de koppen het middelpunt met diagonale lijnen te zetten, zie schets 2.Als men het stuk rond gedraaid heeft gaat men de raakpunten van de diagonalen in de lengterichting op het stuk aftekenen, men krijgt dan 4 lijnen. Zet een lijn op het hart, vanuit het hart gaat mende diam. van het stuk, 50 mm. naar links en rechts uitzetten, zodat men 4 vakken krijgt, dan links en rechts 20 mm. uitzetten, zie schets hierboven, de vier vakken van 50 mm. verdelen, ook weer in vier vakken van 12,5 mm.

Nr.1

De 50 mm. lijnen zijn getrokken lijnen, de z.g. knopen, dit is de buitenzijde van de ronding, deze lijnen moet men blijven zien tot na het schuren, in het midden van de 50 mm. trek men een puntlijn, dit wordt de zaaglijn, het diepste gedeelte van de tors of holling, de diepte bepaal je zelf, hier 10 mm, hoe dieper des te mooier de tors. Tussen de knooplijn en de zaaglijn krijgt men de wallijnen, dit zijn streeplijnen, de buitenzijde van de knoop. Al deze aansluitpunten diagonaal met elkaar verbinden, dit is de schuinte van de tors.  

Nr. 2

 

Als men alle lijnen op het stuk uitgezet heeft, gaat men eerst de 2 holletjes draaien, de z.g. einden van de tors ( alles voert men uit tussen de centers ), deze holletjes hebben dezelfde diepte als de tors.

Nr. 3

Vervolgens gaat men men een kapzaag of een handzaag een zaagsnede maken van een diepte die je zelf wilt, hoe dieper hoe mooier de tors, b.v. 10 mm., volgt de stiplijn of puntlijn, de z.g. zaaglijn, met de linkerhand beweeg je het stuk naar je toe en met de rechter hand zaag  je diepte in, om de zaagdiepte overal het zelfde te houden klemt men een latje op het zaag- blad, zie foto rechts

Nr. 4

Als men het geheel gezaagd heeft, komt het moeilijkste van torsen, dan gaat men de holling met de hand uitsteken, daar heb je wel een torsbeitel voor nodig, ook hier moet met je linkse hand het stuk naar je toe draaien en met je rechterhand snijden tot op de diepte van de zaagsnede, je gaat langs de rechterzijde van de zaagsnede en hou de torsbeitel schuin, dus snijdend, zie foto rechts, snij met de nerf van het hout mee. Ben je geheel rond geweest dan draai je het stuk om zodat je de andere zijde  kan bewerken, de leunspaan ca. 20 mm. onder  de bovenkant van het stuk, zie schets boven

Nr. 5

Als men de holling geheel heeft uitgestoken, gaat men met een een ronde houtrasp de holling bewerken, zodat men een egale holling krijgt, als dat gebeurd is gaat men met een steekbeitel de scherpe kante van de wal afsteken en met een klein handschaafje zo rond mogelijk schaven altijd zorgen dat je met de nerf van het hout schaaf.

Heb je al de bewerkingen uitgevoerd dan gaat men met een grof schuurpapier het geheel glad schuren, draaiend in de draaibank met een lage snelheid, naschuren met fijn schuurpapier en nawrijven met een hand met houtkrullen